Publicaties

filter op categorie:

Cobouw 11 augustus 2016 - Salvatorische clausule

Veel algemene voorwaarden sluiten af met de ''salvatorische clausule'': een juridisch beding met een naam net zo mysterieus als de bron van herkomst.

Wat de naam betreft kan worden gedacht aan grammaticale verwantschap met het Latijnse Salvator, wat ''redder'' of ''verlosser'' betekent. Meer voor de hand ligt het Latijnse zelfstandige naamwoord salvatorius (behoudend of bewarend). In het Nederlands is het vooral een Germanisme (Salvatorische Klausel) voor wat ook wel deelbaarheidsbeding, scheidbaarheid- of behoudsclausule wordt genoemd.

Kern is dat de salvatorische clausule de juridische relatie regelt indien één of meer artikelen van een overeenkomst (algemene voorwaarden) niet rechtsgeldig zou blijken te zijn. In dat geval bepaalt dit beding dat niet de gehele afspraak van partijen vervalt maar dat partijen in overleg nieuwe afspraken moeten maken die op juridisch effectieve wijze zo dicht mogelijk in de buurt komen van wat partijen met de ongeldige afspraken bedoelden te regelen. De salvatorische clausule gaat daarom vrijwel altijd hand in hand met een hernegotiatie-verplichting. Dit verplicht partijen tot nieuwe onderhandelingen, zodat kan worden voorzien in een aanvulling op de ontstane juridische leemte mits het resultaat daarvan de oorspronkelijke bedoeling van partijen zo veel mogelijk reflecteert.

Inhoudelijk is de salvatorische clausule van een buitencategorie. Als een overeenkomst ongeldig is door nietigheid of vernietiging van een enkele bepaling, vervalt immers de gehele afspraak. Een salvatorische clausule voorkomt dit, waarborgt de geldigheid van de rest van de overeenkomst en dient daarmee vooral het (economisch) belang van partijen.

Dit past bij de rechtshistorische herkomst van de bepaling. De ''Klausel'' stamt via oostelijke (Duitse) omwegen van het Romeins recht. Juist dít recht was erop gericht om algemene, abstracte rechtsbeginselen te begrijpen in de praktische maatschappelijke toepassing. Het deelbaarheidsbeding is daar een goed voorbeeld van en wordt in art. 139 BundesGeseztBuch het duidelijkst verwoord (vrij vertaald): ''Indien een deel van een overeenkomst nietig is, dan is het in het geheel nietig indien niet aannemelijk is dat het ook zonder dat nietige deel tot stand zou zijn gekomen''. Hoe mooi om verlost te worden met wat blijft behouden!

Lees de column op de site van Cobouw