Afbeelding 7

Thema's

Natuurlijke grondstoffen

Straatbaksteen is een keramisch product, één van de oudste materialen die de mensheid kent. De basis van straatbaksteen is de natuurlijke grondstof klei, een slijtage- en verweringsproduct van gesteenten, dat ontstaat door inwerking van zon, vorst en wind. Na bewerking, vormgeving en droging van de klei ontstaat door verhitting een duurzaam en kleurvast keramisch product: straatbaksteen.

De straatbaksteenindustrie verwerkt klei die lokaal en in ruime hoeveelheden beschikbaar is. Respect voor flora, fauna, en de mens staan aan de basis van de productie. Uit onderzoek van Deltares blijkt dat klei uit de Nederlandse uitwaarden als een zichzelf vernieuwende grondstof mag worden aangemerkt. De winning van deze rivierklei is tevens van belang bij het beperken van de mogelijke gevolgen van klimaatverandering. Het houdt vaarwegen op diepte, beschermt tegen hoog water en vormt nieuwe natuur.

Natuurlijk klei

Klei is een slijtage- en verweringsproduct van gesteenten, dat ontstaat door inwerking van vooral zon, vorst en wind. Sneeuw en regen voeren het steen naar beken en rivieren, die het weer naar lager gelegen gebieden brengen. Stenen worden daardoor tot kiezels en kiezels tot zandkorrels. De deeltjes worden steeds kleiner. De kleinste deeltjes vormen 'klei'. Kleideeltjes zijn kleiner dan 0,002 mm. Uiteindelijk bezinkt de klei als slib in stilstaand water. Dit zeer langzaam verlopend proces heeft door de eeuwen heen vele lagen gevormd. Overal in Europa vindt men kleilagen, verschillend van kleur, naar gelang het soort gesteente waaruit zij zijn ontstaan. De vindplaatsen bevinden zich zowel aan het grondoppervlak als diep daaronder, waar de kleilagen in dikte variëren van één tot dertig meter. Er zijn verschillende soorten klei met ieder verschillende gebruiksmogelijkheden.

Klei is opgebouwd uit kleiplaatjes die door cohesiekrachten worden bijeengehouden. Over het algemeen werkt water als glijmiddel tussen deze plaatjes. De natuurlijke grondstof klei is daardoor plastisch en vervormbaar. Na bewerking, vormgeving en droging veranderen uitsluitend door verhitting de materiaaleigenschappen, die het tot een hard, kleurecht en duurzaam keramisch product maken.

De keramische verbinding van de oerelementen aarde, water, vuur en lucht staat borg voor een veilig en gezond leefmilieu.

Lokaal beschikbaar

Werkelijke duurzaamheid heeft een lokale basis: primair lokale grondstoffen, lokale energie, lokale werkgelegenheid en lokale gebruikers, waarbij landelijke, internationale en globale afspraken nodig blijven om te sturen.

De industrie van straatbaksteen produceert dicht bij haar belangrijkste afzetmarkt Nederland en West Europa en maakt gebruik van lokale, natuurlijke grondstoffen. Aan klei is in Nederland geen gebrek. De meest gebruikte klei is afkomstig uit de uiterwaarden van de grote rivieren. Gebruik van lokale grondstoffen voorkomt onnodig transport en daarmee het vrijkomen van luchtverontreiniging (CO2, fijn stof), gebruik van schaarse brandstof en onnodige weggebruik.

Het 'lokale principe' sluit ook aan bij de behoeften van mensen om zich te kunnen identificeren met hun eigen omgeving. En het geeft mogelijkheden voor lokale economie.

Klei, een vernieuwbare grondstof

Klei afkomstig uit de uiterwaarden van de grote Nederlandse rivieren mag als een zichzelf vernieuwende grondstof worden aangemerkt. De sedimentatie (neerslag) van nieuwe kleideeltjes is gemiddeld 1 cm per jaar. Door de constante aanvoer hiervan blijft de voorraad klei oneindig beschikbaar. Daarbij komt nog, dat over een groot aantal jaren gezien minder wordt gewonnen dan de rivieren in de uiterwaarden afzetten.

Dit blijkt uit studie door onderzoeksinstituut Deltares samen met de Universiteiten van Utrecht en Wageningen. Daarmee rangschikt klei zich, samen met hout en bijvoorbeeld schelpen, in de categorie vernieuwbare grondstoffen. De studie is in de zomer van 2009 geaccepteerd voor publicatie in het gerenommeerde vaktijdschrift Journal of Soils and Sediments.

In het onderzoek is de verhouding tussen winning en sedimentatie op drie tijdruimteschalen bekeken. Daarbij is voor de sedimentatieschattingen gewerkt met boorgegevens, morfologische modellen en sedimentatiemetingen. Verder werd voor de winhoeveelheden gebruik gemaakt van productie-statistieken van zowel klei, als grofkeramische eindproducten. Tenslotte is het Geografisch Informatie Systeem (GIS) betrokken, waardoor niet relevante gebieden (zoals bebouwingen) buiten het onderzoek konden worden gehouden.
Deltares concludeert dat bekeken op de lange tijdschaal (van 1850 tot heden) er door de mens minder klei is verbruikt dan er door de rivier is afgezet.

Verantwoorde winning

De in Nederland meest gebruikte klei is afkomstig uit de uiterwaarden van de grote rivieren (natte winning). In het voorjaar, als veel smeltwater uit de bergen naar de lage landen wordt gevoerd, overstromen de buitendijkse gebieden langs de rivier. Steeds opnieuw zet zich daar een laagje klei af. De Nederlandse straatbaksteen industrie is sinds mensenheugenis verbonden met het rivierenlandschap en gaat er als gebruiker en bewoner in harmonie mee om. Het ruimtebeslag van de industrie in de uiterwaarden is inmiddels beperkt; circa 250 ha voor de productielocaties en zo'n 100 ha voor de kleiwinning, oftewel circa 1% van het totale uiterwaardengebied.

De winning van klei is letterlijk een oppervlakte-delfstofwinning. Na het weghalen van de bovenste laag (waarin te veel organische materialen als planten en wortels zitten) wordt niet meer dan 1,5 á 2 meter afgegraven. Daarna is iedere inrichting realiseerbaar, afhankelijk van de nabestemming. In vroegere tijdens was dat vrijwel altijd een agrarische. In de wintermaanden overstroomden de uiterwaarden en in de zomer graasden er de koeien. Tegenwoordig is dat anders. Zie hiervoor de informatie onder 'vorming nieuwe natuur'.

Secondaire winningen
De voor de productie noodzakelijke klei komt grotendeels vrij bij doelbewuste (primaire) winningen. De baksteenindustrie is echter ook geïnteresseerd in de hoogwaardige kleien die als bijproduct bij infrastructurele werken vrijkomt. Men doet er alles aan hierin samenwerking te vinden met aannemers en overheden met als doel verspilling van kostbare grondstoffen te voorkomen.

Kleiwinning geeft nieuwe natuur

Het gehele uiterwaardengebied is dekkend aangewezen als ecologische hoofdstructuur terwijl voorts delen zijn beschermt als Natura-2000 gebied. De keramische industrie houdt daarom als geen ander rekening met de belangen van flora en fauna en wéét dat het in het uiterwaardengebied niet alleen om de grondstof voor keramiek draait. Waar mogelijk wordt de kleiwinning gecombineerd met belangen op het gebied van natuurontwikkeling of rivierveiligheid. En dat met een bewezen ruimtelijke kwaliteit! Bij de kleiwinning zélf wordt zorgvuldig te werk gegaan en gehandeld volgens een door de minister van LNV goedgekeurde Gedragscode. 

Eind 20e eeuw werd behoud van de steeds schaarser wordende natuur een permanent aandachtspunt. Het Wereld Natuur Fonds ontwikkelde het plan 'Levende Rivieren' en in samenwerking met de baksteenindustrie werd een nieuwe methode van kleiwinning ontwikkeld. Fraaie resultaten van dit 'reliëfvolgend ontkleien', waarbij andere bodembestanddelen zoals zand in hun natuurlijke vorm worden behouden en oude stroomgeulen zich kunnen herstellen, zijn onder andere te vinden in de Millingerwaard bij Nijmegen, de Blauwe kamer bij Wageningen, de Crobse Waard bij Haaften en niet te vergeten Slot Loevestein bij Gorinchem. Het vormt bij elkaar vele duizenden hectare nieuwe natuur door het simpel verbinden van functies in een gebied.

Kleiwinning beschermt tegen overstroming van rivieren

De winning van Nederlandse rivierklei is ook van belang bij het beperken van de mogelijke negatieve gevolgen van klimaatverandering. Sinds een aantal overstromingen van Nederlandse rivieren (in 1993 en 1995), en nadien bevorderd door Al Gore's "an inconvient truth", is waterveiligheid bovenaan de agenda komen te staan. Kleiwinning past daar prima in. Lang voor dit onderwerp werd benoemd droeg de baksteenindustrie al bij aan rivierveiligheid door via de kleiwinning de uiterwaarden te verlagen. Daardoor daalt het waterpeil en wordt het stroomgebied in tijden van hoog water aanzienlijk vergroot. Bijkomend voordeel is dat het vaarwegen op diepte houdt doordat de meegevoerde klei zich niet langer afzet in de vaarwegen maar elders "sedimenteert".